Op 12 april vertrek ik voor vier maanden naar Zuid-West-China, Vietnam, Cambodja en Laos. Hier kan je mijn Zuid-Oost-Aziatische avonturen volgen!

donderdag 7 juli 2011

Eerste kennismaking met Laos

Ik geef het op om er foto's bij proberen te zetten, want dat levert alleen maar veel tijd in internetcafes en hopen frustratie op. Ik zal jullie achteraf met graagte bestoken met mijn fotoalbum(s).

Zoals in mijn vorige bericht te lezen is, ben ik zaterdag in Laos aangekomen. Pech gehad: uitgerekend op zaterdag moet je twee dollar extra betalen aan de grensovergang ;-) En inkt is blijkbaar ook een duur goed in Laos: nog eens twee dollar extra voor de stempel. Drie maanden in Azie beginnen zijn tol te eisen. De laatste dagen in Cambodja werd ik echt moe van voortdurend in 't zak gezet te worden. Ik wist dat dat in Laos ook het geval zou zijn, dus heb ik mijn verdraagzaamheidsmeter gereset. De Laotianen mogen dus terug van nul beginnen met mij te irriteren door veel te veel aan te rekenen voor vanalles en nog wat.

Op dag twee op Don Khon (1 van de 4000 eilanden in dit 14 kilometer brede stuk van de Mekong) plande ik: rondfietsen op het eiland, tempels zien, rijstvelden fotograferen, de waterval bezoeken, dolfijnen spotten als het niet te duur is en vooral ontspannend hangen in mijn mat met een boek of wat muziek. Van dit alles deed ik uiteindelijk slechts een ding: dolfijnen spotten. En toch was het een super dag!
Ik huurde een fiets en mijn eerste (en dus eigenlijk ook laatste) halte was het strandje waar je een boot kan nemen om Irrawaddy-dolfijnen te zien. Daar ontmoette ik een sympathiek Zwitsers koppel, met een goed onderhandelende vrouw. En dus stapten we samen in een bootje. Om zeker te zijn dat we dolfijnen zouden zien, moesten we tot in Cambodja varen. En om daar voet aan wal te mogen zetten moest er uiteraard weer twee dollar betaald worden.
Ik was redelijk onvoorbereid aan dit uitje begonnen: geheugenkaart van mijn fototoestel zo goed als vol, reserverkaart plus bril om ver te zien lagen in mijn bungalow. Maar ik heb dolfijnen gezien!! Al denk ik dat jullie me niet gaan geloven. Maar echt: dat zwart stukje in het water is geen plastic! (helaas geen foto uploadbaar) De Irrawaddy-dolfijnen zijn niet zo fotogeniek en acrobatisch. Ze komen maar heel subtiel naar adem happen. Het zijn geen Flippers die aan synchroonzwemmen doen en in een mooie boog boven water komen.

De volgende tien uur  ben ik met het Zwitsers koppel blijven babbelen: op de fiets, in een restaurantje voor de lunch, in hun bungalow, op hun balkonnetje, weer op de fiets en in een restaurantje voor het avondeten. Tijdens die tien uur heb ik onder andere onze politieke situatie moeten uitleggen (help!). Voor het avondeten werden we trouwens vergezeld door twee Duitsers en twee Amerikanen. Allemaal leuke mensen op dat eiland! Ik had langer willen blijven, maar had helaas geen tijd. Misschien ga ik op het einde van de maand nog een terug om te eindigen met een stuk vakantie in mijn vakantie.
Bijna vergeten te zeggen dat ik daar op Don Khon de prachtigste sterrenhemel ooit zag! Een uitstekende eerste kennismaking met Laos dus!

De tweede stop was Champasak: klein, schijnbaar niks te doen, heet! Op de bus ernaartoe kon ik m'n Nederlands nog eens oefenen met de Utrechtse Caroline. We verbleven niet in hetzelfde guesthouse, maar deden uiteindelijk wel ongeveer alles samen. Ik wou een iets properdere kamer dan de plaats waar we afgezet werden en vond vrij snel een betere optie. Ik betaalde wel bijna het dubbele van Caroline, maar dat was nog altijd maar 2,5 euro. En dat bleek achteraf een goede keuze: mijn kamer bleef beestjesvrij, terwijl in de kamer van een Nieuw-Zeelandse in het goedkope guesthouse een (levende) scorpioen gevonden werd! Daar zou ik geen oog dichtgedaan hebben.

Het nogal doodse Champasak is een bezoek waard omwille van Wat Phu, een pre-Angkoriaanse tempel die ook op de Unesco Werelderfgoedlijst staat. Daar fietsten we dinsdag (10 km) voor de ergste hitte naartoe. Ondanks mijn vrij recent bezoek aan Angkor, kon de tempel mij toch bekoren. Vooral de ligging was prachtig: een meertje ervoor, enkele bergen erachter. Mooi tussen de natuur en de rotsen gebouwd en met een mooi uitzicht over het landschap van Champasak. (helaas geen foto uploadbaar)

Woensdag maakte ik op weg naar Savannaketh kennis met het lokale transport in Laos: veel te veel mensen op de bus, dus krukjes in het gangpad, karaoke-video"s (overal in Zuid-Oost-Azie te vinden), een doos met piepende kuikentjes aan mijn voeten, eindeloos veel stops in dorpjes. Maar ik kwam hier net een Pools koppel tegen dat tien uur gedaan heeft over die trip (ipv vijf), omwille van drie pannes.

Savannaketh ligt ook weer aan de Mekong (net als Champasak, waar hij nogal smerig is door het sluikstorten van de inwoners). Het is hier iets groter, maar op anderhalve dag heb ik het hier wel weer gezien.
Het hoogtepunt was misschien wel het Dinosaurussenmuseum!! (helaas geen foto uploadbaar) In niets te vergelijken met het onze in Brussel. Het beslaat slechts twee kleine ruimtes en is niet zo aantrekkelijk voor kinderen. Maar het is wel ideaal als je eens een echt stuk teen van een dino wil vastgepakt hebben of een stuk schouder tegen de jouwe aangedrukt krijgen door de "conservator". Het is lang geleden dat ik nog eens in het Brusselse museum geweest ben, maar ik kan me niet voorstellen dat daar iemand tegen je zegt: "Je mag er aan komen, hoor!" Geweldig!! En ik kreeg wel een goed Frans filmpje te zien van hoe ze die resten hier in de omgeving gevonden hebben.

Morgen ga ik nog eens 8 tot 11 uur (ik hoop het eerste, maar het kan ook nog meer zijn, zie Pools koppel) op een lokale bus zitten, naar Vientiane waar ik Anne ga zien!!
De komende drie weken zullen er dus misschien weer minder verhalen op m'n blog komen, al lag het tempo de laatste tijd sowieso al lager.
En over een maand ben ik weer thuis. Dat lijkt veel te snel te gaan, maar ik heb natuurlijk nog een volledig kwart van mijn hele trip voor de boeg.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten