Op de bus van Dali naar Lijiang ontmoette ik Michal en Dovik, een Israelisch koppel dat een huwelijksreis van zes maanden door azie maakt en wonder boven wonder ook van mijn gezelschap genoot. De voorbije dagen bracht ik met hen door, uitgezonderd maandagnamiddag toen ik met een Nederlandse door Lijiang slenterde.
Lijiang is een supertoeristisch, oud stadje vol kleine straatjes, bruggetjes en winkeltjes. Allemaal verkopen ze ongeveer hetzelfde: thee, traditionele schoenen en kleren, handtassen en sjaals. Ik heb me ingehouden en ben enkel een sjaal rijker (die ik hier 's avonds wel soms kan gebruiken).
Behalve om in de straten te verdwalen (al dan niet 's nachts), wordt Lijiang ook gebruikt als uitvalsbasis om naar de Tiger Leaping Gorgete gaan. En dat deden wij dus ook. Aanvankelijk wist ik niet goed of ik het zou doen of niet. Iedereen raadde het aan, maar alleen zag ik het niet zitten en ik twijfelde ook of ik de tweedaagse tocht fysiek aan zou kunnen. Mijn eerste excuus werd tenietgedaan door Michal en Dovik, die mij graag vergezelden. En mijn fysieke conditie was ook geen excuus, volgens een 69jarige Ierse die de trek succesvol aflegde.
Ik weet niet goed hoe ik 'gorge' in het Nederlands moet vertalen, maar het komt er op neer dat er een rivier stroomt (op 1600 meter hoogte), die aan weerszijden geflankeerd wordt door gigantische bergen. De eerste dag was lastig. We wandelden een zestal uur en het ging vooral bergop. Tegen het einde van de dag bereikten we het hoogste punt van de trek op 2670 meter, terwijl we die middag vertrokken waren op 1850 meter. Die meters zeggen mij niet veel, maar ik herinner me van de lagere school nog wel dat ik dus meer gestegen ben dan dat het hoogste punt in belgie is. En dat ik uiteindelijk dus zo'n twee kilometer hoger stond dan de Baraque de Fraiture. Het is altijd wat genant als andere toeristen vragen hoe hoog de hoogste 'berg' in belgie is.
Ik heb dus afgezien tijdens die achthonderd meter stijgen. Maar het uitzicht maakte alles goed en ik verkeerde in uitstekend gezelschap. Michal en Dovik zijn super lief (en grappig) en gelukkig moest Michal ook regelmatig op adem komen. Onderweg werden we met paarden om onze oren geslagen. Ik bedoel dat we regelmatig paarden en hun baasjes tegenkwamen, die ons voor tien euro naar boven wilden brengen. Maar ik denk dat ik op zo'n paard nog meer zou afgezien hebben. Het was met momenten heel stijl en de paadjes waren vaak gevaarlijk smal langs een diepe afgrond. De eigenaars van de paarden vonden het maar grappig, die onnozele toeristen die voor hun plezier afzien en te koppig zijn voor een paard.
Een half uur voor het donker werd bereikten we de guesthouse, waar nog net drie bedden vrij waren (oef! de volgende guesthouse was nog twee uur stappen). Ik was doodmoe en wou het liefst van al meteen gaan slapen, maar ik heb toch maar wijselijk een douche genomen en iets gegeten. Daarna was ik vermoedelijk te moe om te kunnen slapen. De blaffende honden en erg actieve haan kunnen misschien ook wel de oorzaak van mijn slapeloze nacht geweest zijn. Het tweede deel van de trip was gelukkig gemakkelijker: eerst een drietal uur redelijk vlak, daarna een dik uur afdalen. Mijn knieen zijn flink geweest en hebben de door mij zo gevreesde afdaling zonder noemenswaardige pijn tot een goed einde gebracht.
Na de drie uur durende busrit terug naar Lijiang was ik uitgeput. Ik heb me daarom nog eens beloond met een eigen kamer, die een serieuze hap uit mijn dagelijks budget neemt. Maar de volgende dagen worden weer vermoeiend, dus kan ik mezelf maar beter even verzorgen/verwennen. In plaats van mijn ecologisch principe aan de kant te zetten en een vlucht van twee uurtjes te nemen, ga ik morgen acht uur op de trein zitten naar Kunming en overmorgen twintig uur tot in Guilin. Ik ben benieuwd hoe onaangenaam die ervaring wordt...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten